Mira vindt rust.

Mira de kievit hup op en neer. Op en neer. Heen en weer over het gras. Ze weet niet waar ze heen moet. Steeds op en neer. Waar moet ze nu haar ei neerleggen? Iedere keer dat ze haar gevoel volgt en ergens haar ei neer wil leggen, dan komt er wel iemand langs. Iemand die zegt dat ze daar niet moet gaan zitten. Dat daar een kat rond sluipt. Dat daar de beek kan overstromen.Dat daar de boer langskomt.Of ze zeggen haar wat wel te doen.Vorig jaar zat Jarijntje daar onder de boom en dat ging goed.De familie Klaasjes zit altijd daar in de hoek, dat geeft geluk.Zo ging het maar door en door. Ze kreeg nooit rust. Ze wist het niet meer. Wat moest ze nu doen? Daar kwam Klara de koe. “Hallo Klara”, zegt Mira. Hoe gaat het met jou?”Goed”en Klara kauwt rustig door op haar gras. Wat is Klara toch rustig. Ze laat zich door niemand storen. Ze zoekt zelf de plekken uit waar ze eet. Ook bepaald ze zelf welke kruiden ze wel en niet eet. Ook al is iedereen ergens anders en doet iedereen iets anders. Kon Mira dit ook maar en ze zucht. Ze gaat boven op een tak zitten naast Jasper het roodborstje. Ze kijkt Jasper even aan en kijkt dan weer zuchtend naar beneden. “Hallo”, zegt Jasper. Wat is er aan de hand?Tranen rollen over de wangen bij Mira. Ik weet het niet. Ik weet het niet en zo blijft ze nog even in stilte zitten. Daarna droogt ze haar tranen en kijkt Jasper aan.Sorry, ik weet het even niet. Het is zo lastig. Ik voel aan alles dat het tijd is om mijn “ei ” te leggen. Maar iedereen vindt er wat van. Of ik moet een andere plek kiezen. Of het is te vroeg. Of het is te laat. Niemand vraagt aan mij hoe het gaat. Hoe het voor mij voelt. Welke keuze ik wil maken. Wat voor mij klopt. Nee, iedereen weet het beter en vindt dat ik moet doen wat die zegt. Ze frustrerend. Luisterde ze maar gewoon. Waren ze maar geïnteresseerd in mij. Ik weet echt wel waar en wanneer ik mijn “ei ” moet leggen. Nou, ja dat is ook niet helemaal waar. Ergens weet ik dat heel goed. Alleen doordat iedereen wat anders van mij verlangt, ben ik vergeten hiernaar te luisteren. Toch ergens weet ik het wel. Was ik maar zo sterk als Klara. Ze laat zich door niets van de wijs brengen. Ze luistert naar zichzelf en doet wat goed voor haar is. Zuchtend kijkt Mira weer naar beneden. Jasper begint heel zachtjes te zingen. Zo mooi. Mira wordt er stil van. Haar gedachtes verdwijnen langzaam. Ze wordt helemaal stil. Zo in stilte blijft ze luisteren naar Jasper. Ze wordt hier zo blij van. Na een tijdje stopt Jasper met zingen. Mira kijkt hem aan. Wat was dat mooi. Wat kun je mooi zingen.”Ach, ik doe ook maar wat”, zegt Jasper. Ik doe mijn ogen dicht en luister. Ik luister wat ik voel diep van binnen. De ene keer voel ik wat de ander voelt. Wat die nodig heeft. En laat dat gewoon ontstaan. Zonder dat ik weet wat het wordt. In de wetenschap dat het goed is. Dat het precies is wat de ander nodig heeft. De andere keer luister ik naar mijzelf. Wat ik nodig heb of wat ik wil. Dit was wel lastig in het begin. Toen luisterde ik alleen naar de ander. Maar ik werd droevig. Ik wist niet wat ik wilde. Toen kreeg ik raad van de wijze uil. Hij vroeg mij wat ik wilde. Hij vroeg mij om naar mijzelf te luisteren. Te oefenen en te oefenen tot ik mijn eigen stem hoorde. Ik heb toen veel boven op de hooiberg in de schuur gezeten. Helemaal alleen. Soms in tranen. Soms in vreugde. Als ik dan buiten kwam vond iedereen er wel wat van. Ik moest maar gewoon naar buiten.Ik kon zo toch niet vrolijk zijn.Ik moest naar hun luisteren.Ik moest…… tja zoveel. En ik kon het niet. Ik kon niet. Niemand die het begreep. Na een tijdje begon ik soms mijn stem te horen. En liet deze horen. Eerst voor mijzelf, daarna voor anderen. De een vond het mooi en gaf mij complimenten. Tja de ander……  Ik was gewoon niet de ander. Hoe verdrietig dat ook was. Dat deed pijn. Pijn om mijzelf te zijn. Alleen ik kon niet anders. Daar was veel moed voor nodig. Moed en doorzettingsvermogen. Vertrouwen en geloof, dat ik mocht zijn wie ik ben. Dat ik belangrijk ben. Zo kijkt Jasper zuchtend naar de ondergaande zon. Ja, makkelijk was het niet. Mensen die toch wilde dat ik naar hun luisterde. Toch ben ik blij. Blij dat ik naar mijzelf luister. Mijzelf serieus neem. Mij niet meer verdedig. Niet meer uitleg en gewoon doe wat mijn hart mij zegt.Mira is helemaal ontroert door dit verhaal. Dank je wel Jasper. Dank je wel! Wat ben jij toch dapper. Ik hou van jou! Dankbaar vliegt ze weg. Op weg naar de watertoren aan de rand van de akker. Daar is het rustig. Daar is het goed. Daar kan ze zichzelf zijn. En wie weet, naar een tijdje huppelt ze weer in het veld. Maar voor nu is dit haar plek. In rust en vrede. Een plek voor haar nestje en haar ei. Ruimte om zichzelf te zijn. Wie ze is. En tevreden sluit ze haar ogen. Voor jou en voor mij.