Het huisje van Frieda.

Frieda zit aan het water. Deze is mooi en rimpelloos. Ze ligt op haar rug in het gras te dagdromen. Wolken glijden voorbij. Witte mooie ganzen vliegen over. De zon schijnt op haar gezicht. Een bij vliegt bij haar oor.
Plotseling schrikt ze op. Wat is dat! Wat hoort ze daar? Het is een afschrikwekkend geluid, dat pijn doet aan haar oren. Ze voelt een naar gevoel door haar hele lichaam gaan. Dit is niet fijn. Dit wil ze niet voelen. Hier wil ze het liefste voor wegrennen.
Onbewust doet ze dit ook. Ze voelt langzaam haar voeten kouder worden en ook haar handen. Dit is ook niet fijn. Aan de andere kant dit ondraaglijke geluid lijkt nu wat draagbaarder. Zo blijft Frieda liggen in het gras, kijkend naar de wolken en de vogels. Alleen de sprankeling in haar ogen is weg. Ze weet ook niet hoe het komt. Het is toch heerlijk om hier buiten te liggen in de zon. Dat geluid is er ondertussen ook niet meer. Maar toch, het is allemaal anders. Ze kan er niet meer zo van genieten. En ze begint ook moe te worden.Het is eigenlijk allemaal te veel. Hoe kan het toch dat ze plotseling moe is geworden. Frieda snapt er niets van. Daar komt Hendrik het lieveheersbeestje aan. 
“Hallo Hendrik”, zegt Frieda.
“Hallo”, zegt Hendrik.
En dan is het stil.
Er gebeurd niets.
Hendrik gaat langzaam op de knie van Frieda zitten. Ze kijkt naar Hendrik. Wat is hij toch lief! Langzaam komen er emoties bij Frieda op. Het liefst wil ze Hendrik van haar afgooien, rennen, springen, schreeuwen, als ze dit maar niet hoeft te voelen. Maar ze houdt heel erg van Hendrik, dus ze laat hem zitten. Ze laat hem zitten op haar knie. Langzaam stromen de tranen over haar wangen en gaat ze geluiden maken. Zachtjes zingend, want hard schreeuwen durft ze niet. AaaAAha, Aha, Haaaa, Ha, Haaaaaa. Langzaam voelt ze zich weer een beetje rustiger worden, als er nog meer tranen over haar wangen stromen. Gek, maar op de een of andere manier lucht dat zingen op. Geeft het ruimte. Komt ze weer wat tot rust. Heel langzaam worden haar voeten weer wat warmer. Ze kijkt naar een mooie rode bloem naast haar. Grappig, daar zit een lieve witte vlinder in het midden van de bloem. De blaadjes van de bloem bewegen zachtjes in de wind. Heen en weer, heen en weer. Frieda wordt er helemaal rustig van. Ze kan zich weer ontspannen. Ze voelt zich weer in stralen in haar hart. Haar ogen sprankelen weer. Wat is dat toch fijn. Heerlijk geniet ze van alles wat ze ziet. Rustig en tevreden, helemaal bij zichzelf.
Dan komt Hendrik op haar neus zitten. Die grappige, lieve Hendrik toch.
“Hallo Hendrik, wat ben ik blij dat jij er bent,” zegt Frieda. Ik was heerlijk hier aan het zonnen, toen ik een vreselijk geluid hoorde. En daarna was het eigenlijk niet meer zo fijn. Kreeg ik koude handen en voeten en kon ik niet meer zo genieten van alles wat ik zag. Eigenlijk, nu ik hier weer zo aan denk, voel ik de spieren in mijn schouders weer aanspannen en voel ik weer een vervelend gevoel in mijn buik.
“Dat is vervelend,” zegt Hendrik.
“Ja, dat is het zeker”, zegt Frieda. Maar weet je wat het mooie is. Toen jij bij mij kwam zitten, wilde ik het liefst je van mij afslaan, schreeuwen, rennen, springen om die onrust kwijt te raken. Dat deed ik niet. In plaats daarvan ging ik zingen. Tijdens het zingen veranderde er iets. Ik weet niet wat. Langzaam werden mijn voeten warmer en werd ik rustiger, kon ik weer zien wat er allemaal in de omgeving was. De mooie bloem en vlinder en werd ik nog rustiger en rustiger. En zo kon ik weer genieten van alles om mij heen. Konden mijn ogen weer stralen. Zo mooi. Ook wel vreemd. “Ik begrijp eigenlijk niet zo goed wat er allemaal gebeurd is”, zegt Frieda.
Hmmmm, Hendrik denkt na. Dan begint hij te vertellen. Weet je, jouw lichaam is eigenlijk een huisje. Een heel mooi en bijzonder huisje. En in dat huisje woon jij. Jouw eigen ziel. Jouw ziel heeft bij je geboorte een mooi passend huisje uitgezocht om in te wonen. Hier kan ze in wonen, en hier op aarde allemaal ervaringen in op doen. Als ze klaar is en haar huisje, je lichaam, dood gaat gaat ze weer verder. Ergens anders ervaringen opdoen. Zo leert ze steeds meer. Net zoals jij op school leert. Waar ze vandaan kwam was het heel liefdevol en fijn. Hier op aarde is dat niet altijd. Dan kan het zijn, dat je zieltje besluit om even niet, of niet helemaal thuis te zijn. Dat kun je voelen. Dan kun je koude handen en voeten krijgen. Het even niet meer zo goed weten wat je wilt. Je even niet zo fijn voelen. Dat is niet fijn. Als je lichaam, je huisje, zich weer ontspant en het weer fijn is, dan komt het zieltje weer thuis. Want weet je, ze wil heel graag ervaringen op doen hier op aarde. Ook al vind ze het soms spannend en niet leuk. Als ze weer “thuis” is, kun je jezelf krachtig voelen. Je ogen stralen. Een blij gevoel in je hart. Weer warme handen en voeten krijgen. Weer zien wat er allemaal om je heen gebeurd. Doordat je bent gaan zingen, heb je alle “rommel” die in je huisje terecht is gekomen weer opgeruimd. En een opgeruimd huis, vindt je ziel fijn. Ze is toen weer thuis gekomen, waardoor jij jezelf weer fijn voelt en kan genieten van alles om je heen.
Frieda is helemaal stil. Wat kan Hendrik toch mooi vertellen……. Van dat huisje snapt ze toch nog niet helemaal, maar wat was het mooi……….. En wat voelt ze zich fijn.
Wel mooi hoe dat werk. Dus als ze niet hard wegrent, maar de “rommel” opruimt, dan kan haar ziel weer in haar lichaam of “huisje” wonen en dan voelt ze zich weer fijn. Hoe mooi is dat.
Al zingend blijft Frieda op haar rug liggen. Wat zou haar ziel nog meer fijn vinden? Zo blijft ze nog even naar de wolken kijken. Dankbaar dat Hendrik kwam en dat haar ziel weer in haar huisje woont. Tevreden sluit ze haar ogen en geniet nog van de zon.
Geschreven door: Nicole Geertjens