De knuffel van Mies.

Mies zat op een steen. Rustig voor zich uit te kijken. Helemaal alleen. Mies voelde zich onrustig. Ze wist het ook niet. Een kriebel in de buik waar ze het liefst voor weg wil rennen. Alleen dat helpt ook niet. Ze kan wel druk bezig gaan, praten of eten. Dan is die kriebel en onrust even weg. Alleen zodra ze gaat zitten is deze kriebel er weer en wil ze het liefste heel hard wegrennen. Daar komt vlinder aan.
“Hallo vlinder”, zegt Mies.
“Hallo Mies”, zegt vlinder terug en fladdert vrolijk verder.
Kon ik ook maar vrolijk rondfladderen als vlinder, dan had ik nergens last van, denkt Mies.
Daar komt vos aan.
“Hallo Vos”, zegt Mies.
“Hallo”, zegt vos terug en sluipt geconcentreerd verder van struik naar struik.
Of als vos mijn neus achterna. Niet nadenken. Gewoon doen. Gewoon ruiken en doelbewust op pad, zonder dat iemand mij ziet.
Dan komt uil aangefladdert.
“Hallo Mies”, zegt uil.
“Hallo”, zegt Mies terug.
Verder is het stil. Ze zitten samen in de zon. Rustig zonder dat er wat gebeurd. Na een tijdje fladdert uil weer verder.
Wat is uil toch wijs, denkt Mies. Hij hoeft niets. Hij zit rustig. Volgt zijn gevoel en als het tijd is gaat hij verder.
Dan staat Mies ook op. Ze loopt naar het water. Daar gaat ze zitten met de voeten over de rand. Ze kijkt om zich heen. Wat is het hier toch mooi. De groene bomen vol met knoppen en bloemen. Vogels die in de bomen op zoek zijn naar takjes voor hun nesten. Riet aan de overkant van het water. Eenden met hun kuikens. Dan trekt iets de aandacht van Miep. Voor haar voet begint het water te cirkelen. Er ontstaan allemaal kringen in het water.
Wat zou dat toch zijn?
Mies kijkt naar voren. In het water ziet ze zichzelf. In het midden van zichzelf ziet ze een heel klein steentje. Dat steentje vormt kringen die steeds groter en groter worden. Wat zou dat toch voor een steentje zijn, denkt ze?
Dan moet ze opeens aan vanmorgen denken en voelt ze zich boos en verdrietig. Vanmorgen ging ze weg van huis en gaf pappa en mamma een knuffel. Alleen het voelde niet fijn. Altijd als ze pappa en mamma een knuffel geeft voelt het heel fijn. Warm alsof ze omgeven wordt door heel veel engelen en dat ze veilig is. Alleen vanmorgen niet. Ze kreeg wel een knuffel van pappa en mamma, maar het voelde anders. Ze voelde zich niet warm en blij worden. Niet geborgen en veilig. Gewoon een knuffel en niet meer. Mies wil die knuffel graag willen voelen. Kunnen voelen dat die ander er is. Kunnen voelen dat die ander ook contact maakt met Mies. Gewoon even voor elkaar, samen zijn. Echt voelen hoe het met de ander is. Mies zucht, dat was niet fijn. Daar komen pappa en mamma aan.
“Hallo Mies”, zegt pappa.
“Hallo”, zegt Mies terug en kijkt weer naar het water. Hier heeft Mies even geen zin in!
Pappa komt naast Mies zitten. Is er wat, vraagt pappa? Anders kom je ons altijd omhelzen als je ons ziet, nu blijf je stil bij het water zitten.
Mies trekt haar schouders op.
Soms help het om over dingen te praten, zegt pappa. Dat lucht op. Dan kan er weer ruimte ontstaan.
Dan begint Mies heel hard te huilen.
Pappa legt zijn arm om haar heen. Na een tijdje snikt Mies nog wat na. Het is stom, zegt Mies. Die knuffel van vanmorgen was niet fijn. Die was anders dan anders. Jullie hielden mij wel vast, maar hij voelde anders. Ik voelde mij niet warm, blij en veilig worden. Ik weet het niet. Het was gewoon anders en niet fijn.
Pappa denkt na. Wat goed dat je dit zegt, zegt pappa. Vanmorgen waren wij druk bezig. Wij zaten midden in een gesprek. En eerlijk gezegd zat ik in mijn hoofd nog bij dat gesprek, toen ik je die knuffel gaf. Misschien heb je dat wel gevoeld. Dat ik er niet helemaal voor jou was. Dat ik jou niet helemaal zag. Dat was niet de bedoeling. Ik hou heel veel van jou, zegt pappa. Hij geeft Mies een dikke knuffel.
Nu is Mies blij en straalt helemaal. Deze knuffel voelde ze wel, deze was fijn.
Dank je wel pappa en mamma!
En Mies “fladdert” dansend en zingend weg. De steen is helemaal opgelost. Ze voelt zich weer vrolijk en fijn.
Dank je wel vlinder.
Dank je wel vos.
Dank je wel uil.
Heerlijk in het gras. Genietend van deze mooie dag. Waarin ze helemaal zichzelf kan zijn. Wie ze is.
Geschreven door: Nicole Geertjens