De keuze van Blub

Blub zat in de vijver. In de modder op de grond. Blub zat half verborgen onder half vergane bladeren. Blub zat alleen. Hij voelde zich verdrietig. Wat moest hij toch? Hij wist het niet meer. Hij voelde zich ellendig. Wat moest hij doen?
Daar kwam Frank aan.
Hallo Blub, hoe gaat het met je?
Even wilde Blub glimlachen, maar hij had daar de energie niet voor. Ik voel mij ellendig. Ik ben moe. Ik heb nergens zin in. Alles is teveel.
“Dat is vervelend”, zegt Frank. Wat zou je dan graag willen? Hoe zou je jezelf graag willen voelen?
Dat weet ik ook niet, zegt Blub. Ik weet het niet.
“Mag ik je helpen”, vraagt Frank?
Zou je dat dan kunnen? Ik heb al zoveel geprobeerd en niets helpt.
Ja, dat is vervelend. Dat begrijp ik helemaal. Zou je jezelf de hele tijd zo willen blijven voelen? “Nee”, zegt Blub fel.
Nou dan, zullen we het proberen?
Oke, zucht Blub. Hij voelt tranen in zijn ogen. Hij is bang. Maar hij komt ook een stukje overeind, met nieuwe hoop. Wie weet gaat het nu lukken. Kan hij weer leven, weer ademen, weer vrij zijn. Gewoon zichzelf zijn, wie hij is.
“Zie je daar die lotusbloem midden in de modder”, vraagt Frank?
Ja.
Maak daar maar eens contact mee. Hoe voelt die?
Sterk, krachtig, vol moed en wilskracht, vastberaden om te stralen. Om zich te laten zien, om helemaal zichzelf te zijn.
Dat heb je mooi omschreven en hoe ziet die er uit?
Een mooie groene, sterke en ranke steel die stevig staat. Met bovenin een bloem. Een bloem met roze bladeren. Diep rozen met zachte strepen die fluweel zacht aanvoelen, zegt Blub.
“Zou je daar uit willen rusten en je daar helemaal mee op willen vullen”, vraagt Frank?
Ja, graag. Blub gaat helemaal stralen. Hij ligt al midden in het hart van de bloem. Hij voelt zich veilig en geborgen.
Hoe voel je jezelf nu?
Rustig en kalm. Tevreden en liefdevol. Het is goed zo. Ik mag gewoon zijn.
Laat dit alles maar binnen komen. Voel het maar en laat je maar helemaal opladen. Voel je maar steeds meer tot rust komen, helemaal in je hart. Gewoon mogen zijn.
Heerlijk en Blub maakt zijn ogen dicht, helemaal genietend van de rust in zijn hart. Na een tijdje maakt hij zijn ogen weer open. Hij ziet Frank onder aan de bloem staan en gaat naar Frank toe.
Dank je wel, zegt Blub Ik voel mij nu fijn.
Graag gedaan, zegt Frank en hij kijkt naar de stengel van de bloem.
“Waar kijk je nu naar”, vraagt Blub?
Ik kijk naar de stengel en de wortels. Ik kijk naar waar deze mooie en prachtige bloem groeit, kijk er maar eens naar. Kijk en voel maar eens wat je voelt.
Blub kijkt. Hij ziet modder. Hij ziet ellende. Hij ziet het niet meer weten. Het niet meer weten hoe verder en hij begint zich droevig te voelen.
Dit is niet leuk, zegt hij tegen Frank. Ik begin mij helemaal ellendig te voelen.
“Wil jij je zo voelen”, vraagt Frank?
Nee, dit is niet leuk.
Hoe zou je jezelf dan willen voelen?
“Vrij en liefdevol. Rustig en gewoon mogen zijn wie ik ben”, zegt Blub vastberaden.
Nou, die keuze heb je. Die keuze had deze mooie lotusbloem ook. Die kon er voor kiezen om in de modder te blijven kniezen of om te stralen en helemaal zichzelf te zijn. Ook jij hebt een keuze. De ogen van Blub beginnen te stralen. Dit geeft mogelijkheden! Maar wat als hij zich weer ellendig voelt?
Ook daar heeft Frank een antwoord op. Zoek dan een mooi en rustig plekje op, waar je jezelf helemaal veilig voelt. Dan kun je net als in het hart van de bloem, in je eigen hart gaan liggen. Zo tot rust komen. Je veilig voelen. Helemaal jezelf zijn. Zo aan jezelf vragen wat je nodig hebt om te stralen. Dit kun je dan aan jezelf geven.
Dat ga ik zeker doen, zegt Blub. Hij zwemt vrolijk weg, naar de bomen verderop. Hier kan hij tot rust komen. Zichzelf zijn. Zich opladen in de zon. Heerlijk niets doen, gewoon zijn. Wat is hij toch blij dat Frank kwam. Nu weet hij hoe hij kan genieten. Hoe hij zichzelf kan zijn. Tevreden met wie hij is. En hij sluit tevreden zijn ogen.
Geschreven door: Nicole Geertjens